Hoewel de Overheid serieuze inspanningen levert om het pensioen van loontrekkenden en zelfstandigen gelijk te trekken, blijft het wettelijk pensioen voor zelstandigen eerder beperkt. Meer dan de helft van de Belgen maakt zich terecht zorgen om zijn levensstandaard na zijn pensioen. Het komt er dus op aan om het heft in eigen handen te nemen. De fiscus stimuleert u daar zelfs toe. Welke opties heeft u?

De meeste Vlaamse ondernemers sparen reeds tijdens hun loopbaan om hun pensioenbudget op te vijzelen. De helft doet dat persoonlijk via het individueel pensioensparen, in 2009 beperkt tot 870 euro per jaar. Nochtans bestaan er nog 2 andere fiscaalvriendelijke vormen van pensioenopbouw:

Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen VAPZ

Het VAPZ geniet een echte fiscale voorkeursbehandeling. Het pensioenkapitaal dat u zo opbouwt, wordt namelijk belast via het systeem van de fictieve rente. Tien jaar lang moet u een fictieve rente van 5 procent toevoegen aan uw andere belastbare inkomsten. Daarop wordt u belast met de marginale aanslagvoet. Gezien het wettelijk pensioen van een zelfstandige veeleer bescheiden is, komt u daarmee in een lage belastingschijf terecht.

Een nadeel van het VAPZ is dat de premie beperkt is tot 8,17 procent van het belastbare nettoberoepsinkomen van 3 jaar geleden, met een grens van 2.781,06 euro (voor 2009).

Individuele Pensioentoezegging

Zelfstandigen met een vennootschap hebben bovenop het VAPZ nog mogelijkheden in de tweede pijler. Uw vennootschap kan voor u een Individuele Pensioentoezegging (IPT) afsluiten. Het bedrijf stort dan premies in een IPT en bouwt zo voor u een pensioenkapitaal op. Het kan de premies ook als kosten inbrengen.

De IPT is individueel. Als zelfstandige bent u de rechtstreekse begunstigde. Dat betekent dat u er sowieso recht op hebt, ook als u het bedrijf zou verlaten of als het bedrijf failliet gaat. De premies worden niet beschouwd als beroepsinkomen maar als pensioenaanvulling, waardoor ze op de eindvervaldag tegen slechts 16,5 procent belast worden. Dat kan terugvallen tot 10 procent als de bedrijfsleider tot aan zijn wettelijke pensioenleeftijd van 65 actief blijft.

In tegenstelling tot het VAPZ bestaat bij de IPT de backservice. Dat is een inhaalpremie voor de jaren die al in de vennootschap werden gepresteerd voordat de IPT werd afgesloten en eventueel voor de (maximaal 10) jaren waarin u buiten de vennootschap werkte. U kan dus achteraf bijstorten wat u vroeger niet opgebruikte van de ruimte die de 80-procentregel u toelaat. Dat kan interessant zijn als u pas later met een IPT begint of als uw maandinkomen verhoogt. In dat laatste geval mag u uiteraard niet overdrijven. Als u uw loon in de laatste twee jaar voor uw pensionering plots verdubbelt tot 100.000 euro, wekt dat logischerwijs achterdocht bij de fiscus.